Jan van Soest; voetbalicoon Krommerijnstreek

Voetbalicoon van Krommerijnstreek

Nog altijd praten voetballiefhebbers uit de Krommerijnstreek vol waardering en ook glimlachend over de man die vijftien jaar geleden overleed: Jan van Soest. De beste keeper die bij SVF ooit onder de lat stond, de man die de opmars van SVL naar de hoogste rangen van het amateurvoetbal gestalte gaf. En de man die daarna ook nog de zeer gewaardeerde elftalleider werd van CDW in de topjaren van de Wijkse fusieclub.  Kortom: het voetbalicoon van de Krommerijnstreek.

Om met het eerste te beginnen: Van Soest had de uitstraling van Frans de Munck, een panter in het doel van de Cothense voetbalclub, destijds was de Cothense vereniging de hoogst spelende formatie in de Krommerijnstreek. Befaamd zijn de confrontaties met Ares waarin ene Bertus van de Broek een geduchte reputatie had als schoffelaar. De Utrechtse voetballer had een handicap, hij had slechts een stomp in plaats van een volwaardige linkerarm. ,,Kijk uit, of ik bijt dat laatste stukje er ook nog af,’’ schijnt de SVF-doelman geroepen te hebben toen Van de Broek hem in het strafschopgebied flink had getorpedeerd.

Volgens kenners zou Van Soest , als jij nu jong geweest was, zeker in aanmerking gekomen zijn voor het betaald voetbal. Zijn talent en fanatisme kenden geen grenzen: ooit had hij met zijn vrouw Greet een splinternieuwe broek gekocht en meteen aangetrokken in Wijk bij Duurstede. Bij de terugreis naar Cothen zag hij enkele teamgenoten op een modderig trainingsveld van SVF een balletje trappen. Jan kon het niet laten om even onder de lat te gaan staan. De gevolgen konden niet uitblijven: bij een schuiver in de hoek moest hij zo nodig naar de bal te duiken, de nieuwe broek kon daarna afgeschreven worden. Niet Jan van Soest maar Bob de Gier zou uiteindelijk de enige SVF’er zijn die in het betaald voetbal terecht kwam. Hij werd door Velox gecontracteerd waar hij nog twee jaar samen met Wim van Hanegem op het middenveld speelde.

Hoe ging het verder met Van Soest die zijn dagelijks brood verdiende als veehandelaar en pachter van kersenboomgaarden en later ook nog een winkeltje beheerde in tweede handsspullen die bij een postorderbedrijf overbodig waren geworden. Tegelijk werd hij trainer bij het naburige SVL, de Langbroekse club bestond pas vijf jaar en bivakkeerde in de onderste regionen van de KNVB. De club koos bij de start niet voor niets voor de kleuren wit, sommige spelers hadden geen geld om een voetbalshirt te komen en voetbalden gewoon mee in een wit hemd.

Ondanks het feit dat Van Soest geen trainerspapieren had, stuwde hij SVL in korte tijd naar het kampioenschap. Jan schreef de opstelling op de achterkant van zijn sigarendoosje en deed niet aan allerlei tactische foefjes. De tegenstander noemde hij bij de bespreking veelal ‘botervlootjes’ die met huid en haar opgepeuzeld moesten worden. En in de rust was een vaak gehoorde opmerking: ,,Die lui uit Utrecht hebben ook maar een gewone vader en moeder gehad, we blazen ze gewoon van het veld.’’

Jan was ook de promotor bij de bouw van een voetbalkantine, tot dat moment werden de besprekingen in de huiskamer van een van de spelers gedaan en kleedde de scheidsrechter zich om op de zolder van een bestuurslid. Toen de vergunning van de bouw van de kantine alsmaar stagneerde, reisde Jan hoogst persoonlijk naar Den Haag om met de dienstdoende ambtenaren ‘een appeltje te schillen’, zoals Van Soest het kernachtig formuleerde. Om zijn woorden kracht bij te zetten had hij een kist verse appels uit zijn eigen boomgaard meegenomen voor ‘die lui van het ministerie want zoiets helpt altijd’. Jan later: ,,Eerst wilden ze niets aanpakken maar toen heb ik gezegd dat ze die appels maar naar een zieke ambtenaar in het ziekenhuis moesten brengen.’’ De appels zijn in Den Haag gebleven, de vergunning was binnen enkele dagen rond.

Wie anno 2016 een bezoek brengt aan SVL kan niet geloven hoe het destijds eind jaren zestig verlopen is met deze accommodatie. De formatie die vorig seizoen nog in de hoofdklasse speelde en nu over een meer dan eigentijds veldencomplex beschikt, voetbalde ooit in de derde klasse B van de Afdeling Utrecht en had slechts een veldje dat bij een fikse regenbui onder water stond en een loket waarin snoepwaren en koffie werd verkocht door een trouwe clubman, Jelle Feddema. Helaas heeft Jan van Soest, overleden  op 20 juli 2001, die sportieve opmars niet meer mogen meemaken. Na zijn SVL-periode heeft hij nog wel een mooie periode beleefd als elftalleider van CDW.

Toenmalig CDW-speler Wim van Oudbroekhuizen herinnert zich die periode maar al te goed. ,,Jan was een pure sfeermaker en een echte voetbalman die een belangrijke bijdrage leverde aan het succes van CDW destijds. Karakteristiek was dat zijn vrouw Greet er ook altijd bij was en zich zelfs met het voetbalgebeuren bemoeide. Toen we met enkele spelers John van Gelderen, Jan Wortman en Gijs Brouwer bij hem in de winkel op bezoek waren, hoorde ik haar zachtjes tegen Jan zeggen: ,,Die Brouwer moet eruit, die kan echt niet meer meekomen.’’ Ze had niet door dat Gijs dat allemaal kon horen waarna Jan bezwerende gebaren maakte om haar het zwijgen op te leggen. Dat was de tijd dat vrouwen van trainers ook mochten meepraten over de opstelling….

Bij de foto:
Jan van Soest als doelman in het legendarische team van SVF dat destijds het beste elftal had van de hele Krommerijnstreek. (eigen foto SVF)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.