Hebt u dat nou ook? 19-08

Geachte lezers,

Toeval bestaat niet zegt men weleens. Nou ja….denk ik dan…

Sinds een goeie week ontvang ik ook dagblad Trouw. Dit vanuit een PR – adverteer – actie die ik doe op de Heuvelrug, waar wij met ons verzekeringsbedrijf naar toe willen uitbreiden, maar dat terzijde.

Ik krijg dus een maand (naast het AD) ook gratis Trouw in de bus en tot mijn grote verbazing lees ik daar vorige week zaterdag een stuk over de familie Franssen uit Brabant. Een familie met 13 !! kinderen, die uiteindelijk allemaal best wel aardig terecht gekomen zijn.

Ik meen me toch te herinneren dat ik hier ooit al eens iets over gelezen heb ? En na het artikel goed bestudeerd te hebben weet ik het bijna zeker…..:

Onderstaand stukje schreef ik alweer ruim 20jaar !! geleden. Grote gezinnen zijn niet meer van deze tijd en diverse situaties zoals hier beschreven zijn al weer achterhaald. De tand des tijds slaat nu eenmaal onverbiddelijk toe. Ik wilde het verhaaltje u toch nog een keer laten lezen, met name omdat ik inmiddels trots op ben op de opvoeding welk wij mochten krijgen van onze ouders. Want mocht u het nog niet weten: ook ik kom uit een groot gezin, maar dan met 14 kinderen.

Een voor mij herkenbaar stukje dus, van 20 jaar geleden, ik was toen nog maar 44……… J

HEB U DAT NOU OOK ?

===================

Ik heb sowieso al nooit zoveel moeite om enige tekst op papier te krijgen, maar deze keer wordt het mij wel heel erg makkelijk gemaakt. Heel soms, misschien (buiten de vakanties om) 5 a 6 keer per jaar, koop ik “De Telegraaf”. Ik heb dan na een ontzettend drukke periode eindelijk weer eens zo’n zaterdag waarop ik tegen mezelf zeg: “ik doe vandaag maar eens een keertje lekker niks”. Even warme broodjes halen bij de bakker, een eitje koken, een pot thee erbij EN DE KRANT, in dit geval dus de Telegraaf van zaterdag 27 juni 1998.

Na mijn bolletjes rijkelijk voorzien te hebben van boter, kaas en vooral hagelslag, begin ik te bladeren. Eerst de koppen en later zal ik de voor mij interessantste artikelen wel verder uitdiepen. Bij dit bladeren stuit ik op een verhaal over de familie Huib en Carla Franssen uit Eindhoven. Ik lees :

“GOUDEN BRUILOFT MET HUN 13 KINDEREN”,

met daaronder in blauwe letters: “Eigenlijk wilden we er zeventien”.

Meteen helemaal verrukt, laat ik alle andere artikelen achter in hun belangrijkheid. Een ouderpaar met 13 kinderen wat aanstaande zondag 50 jaar getrouwd is, dat moet ik lezen.

En meteen ga ik natuurlijk vergelijkingen trekken, want ook mijn ouders hopen op niet al te lange termijn (06 juni 2000) hun gouden feest te vieren. Ik besluit om er in het kader van de WK voetbal, maar eens een wedstrijdje van te maken tussen ons gezin en de familie Franssen.

We beginnen met 1-0 voor Franssen, want die hebben zondag al het gouden feest. Vervolgens lees ik dat de heer Franssen zich ooit weleens gegeneerd heeft om te vertellen dat weer een kleine geboren moest worden. Ik weet niet of mijn vader dat ooit ook weleens heeft gedaan, ik in ieder geval wel. Op de middelbare school liep ik er nou niet direct mee te koop dat ik uit een gezin van 14 kinderen kwam. Maar goed, wij scoren hier 1-1, want wij hebben tenslotte toch maar mooi 14 kinderen in plaats van 13. Veertien stuks, keurig verdeeld in 7 mannekes en 7 mokkeltjes. Negentien kleinkinderen hebben vader en moeder Franssen en ook hier winnen wij het met een totaal van 27. En hoewel gezinsuitbreiding bij mij en Marian zeker niet aan de orde is, zou het me verbazen als het in onze familie bij dit aantal zou blijven.

Mocking gescoord en 2-1 voor ons dus.

Op muzikaal gebied moeten wij het echter weer afleggen. Ik lees dat de kinderen Franssen de muziek met paplepel ingegoten kreeg. Het enigste wat wij met paplepel ingegoten kregen, was dat je niet te veel herrie mocht maken en daarnaast zeker niet mocht fluiten. Mijn moeder had nou eenmaal een gloeiende hekel aan fluitende kinderen.

En ondanks dat broer Ko en ik nog wel op het knapenkoor onder leiding van Meester van Velzen hebben gezeten (samen met bijvoorbeeld Jan van Leeuwen en Jan van Schaik) en ondanks dat di-verse van mijn zusjes nog wel hun “zangkwaliteiten” hebben gegeven aan het meisjeskoor onder dirigie van pastoor van Leer, zijn wij bij ons thuis verder zo muzikaal als een grinttegel. Mijn vader kon nog wel aardig met de mondharmonica overweg en ikzelf heb ooit nog getracht een bugel uit de knoop te blazen, maar verder moet ik bekennen dat het prima orgelspel van een neefje en de dwarsfluitklanken van een nichtje nooit ontsproten kunnen zijn aan de erfelijke gevolgen van mijn zus, maar vermoedelijk meer een gevolg zijn van mijn zwagers’ genen. De stand is dus thans 2-2 geworden.

Maar wat de familie Franssen kennelijk heeft met muziek, hebben wij met sport. Voetbal, Handbal, Volleybal, maar ook de meeste andere sporten hadden en hebben nog steeds onze interesse. En hoewel wij (het is niet anders) inmiddels ouderen thans hiermee een toontje lager zingen, pikken onze kinderen het weer aardig op.

Waar de vuile was bij de Familie Franssen naar de huishoudschool ging om daar tijdens de wasles gewassen te worden, heeft mijn moeder zelfs de voetbalwas altijd zelf gedaan. Vroeger nog met de hand, daarna een tijd in zo’n houten tobbe op poten met een soort metalen schotel onderin. Pas véél later kwam er een automatische wasmachine. Deze wasmachines gingen bij ons hooguit een jaar of 3 mee. En ik kan u verzekeren dat dat een prestatie van formaat was. Want waar normale wasmachines bij anderen een gewone werkdag hadden, draaide de wasmachine (samen met moe) bij ons gedurende deze drie jaar een continu-tropen-rooster. 3-2 voor ons (mijn moeder) dus.

Ik lees dat moeder Franssen “De Generaal” genoemd wordt. Ja, u kunt het geloven of niet, maar ook mijn moeder heeft die titel. Ooit is mijn vroegere compagnon (Huub Miltenburg) begonnen met deze koosnaam en dit is vanaf toen prima ingeburgerd. Ook onze moeder staat nog steeds vroeg op, regelt, delegeert, zet de lijnen uit en bepaald wat er gebeurd. Je had (en hebt) gewoon maar te luisteren en te doen. Allebei een punt, tussenstand 4-3.

De “grote Franssens” gingen met Pa mee op vakantie lees ik, terwijl moeder thuis bleef met de kleintjes. Je zou zo een kopie kunnen trekken van deze situatie, want ook mijn vader nam de (oudere) jongens een weekendje mee en de anderen bleven thuis bij moeders. De Franssen deden hun naam eer aan en gingen op vakantie naar Parijs om de Eiffeltoren en de Arc de Triomf te bezien. Wij kwamen niet verder dan Zuid-Limburg, alwaar wij voornamelijk 2 dingen gingen bekijken: boomgaarden en kerken. En hoewel ik deze weekendjes altijd prachtig heb gevonden, toch 4-4 gescoord door de Franssens vindt ik.

Ik lees: “Hoewel de Franssen een groot huis bewoonden, moesten toch kamers gedeeld worden en was het op zolder bloedheet”. Ik weet zeker dat ons huis nog groter was, maar wij sliepen wel degelijk met 7 broertjes op 1 kamer. En bij ons was het dan wel niet zo heet ’s zomers, maar ’s winters wel verrekte koud. Isolatie was destijds nog niet aan de orde en de afwerking van de betimmeringen zorgde er voor, dat je niet zelden met de (stuif)sneeuw welke zich ’s morgens op jouw dekens bevond, je broertjes wakker kon maken. De schoorsteen van 1 van de totaal 2 kolenkachels op hoeve “De Ooie-vaar” liep dan weliswaar door onze slaapkamer, het kon toch ontiegelijk koud zijn. Het was namelijk een feit dat na een lange werkdag op de boerderij, het zo rond de klok van tien ! ook voor de heer en vrouw des huizes “slaaptijd” was in de Wijkersloot, met als gevolg dat de kachel op “laag” gezet werd. Ook daar werd je niet warm van dus. Als je ’s nachts “nodig moest” kon je niet even naar het tweede toilet, maar kon je wel leren hoe te mikken in “een straal” van circa 15 cm. (de piespot dus) En waar moeder Franssen onder alle bedden een belletje had laten monteren om de kinderen te wekken, deed mijn moeder dat gewoon mondeling. Zij had namelijk het vermogen om vanaf beneden zo hard naar boven te roepen, dat iedereen het wel moest horen. Het grootste voordeel voor moeder was dan ook, dat nadat de eerste er uit geroepen werd, ook alle anderen wakker werden. Uitslapen kwam dan ook eigenlijk niet voor bij ons. Ja, je moet nu eenmaal inventief zijn in een groot gezin.

Primitiviteit ten top, maar ondanks dat denk ik er altijd nog met veel plezier aan terug.

Buiten hadden wij mooi de ruimte op de boerderij in de Wijkersloot. Daar kon je ravotten, voetballen, hutten bouwen van fruitkisten, pijlenzoekertje en bussenschuppertje doen en jezelf op vele plekken even verstoppen, als je daar behoefte aan had.

5-4 voor ons.

De Franssens hebben in het hele land opgetreden, want alle kinderen konden een instrument bespelen lees ik in de Telegraaf. Waar ik er vroeger niet naar taalde, speel ik tegenwoordig weleens met de gedachte om iets met muziek te doen. Een gitaar of accorde-on zou ik graag nogeens willen kunnen bespelen. Plannen voor de toekomst, maar 5-5 en de Franssens komen terug.

Alle kinderen Franssen zijn “goed terechtgekomen” lees ik. Er zijn er zelfs harpiste geworden en er zitten “kunstzinnige” kinderen bij. Een pianiste en een arts zijn voortgekomen uit dit gezin en zelfs is er 1 artiest. Ik moet toegeven: ook bij ons zijn ze allemaal redelijk goed terecht gekomen, maar wij hebben nou eenmaal geen artiest in de familie. Of het zou mijn vader zelf moeten zijn, want die kon vroeger een wasmachine uit elkaar halen en weer in elkaar zetten, waarbij diverse vaak essentiële onderdelen overbleven, maar toch de wasmachine het weer deed.

Of misschien onze Herman, want die kon bijvoorbeeld op twee plekken tegelijk zijn. Vertelde hij thuis dat ie op school aan het leren geweest was en hoorde je later dat ie op precies diezelfde tijd ook gewonnen had met biljarten in een kroegje niet ver hier vandaan. Inzake dit punt scoren de Franssens weer en trekken de stand dus weer in hun voordeel; 5-6.

Wat een prachtig vergelijkingsmateriaal is dit toch. Ook ik kwam er later pas achter, dat wij op dit moment toch wel in een vrij unieke situatie leven. Allemaal gezond, allemaal een baan, allemaal een eigen huis, allemaal een auto (de meesten weliswaar niet van de zaak, maar van de bank) en allemaal nog de mogelijkheid om ” effies thuis een bakkie te gaan doen”.

Het zal ooit nog weleens anders worden schiet ik in de realiteit. Maar voorlopig hoop ik nog even van niet.

Allereerst nu een chapeau voor de familie Franssen. Van harte proficiat en geniet ervan. Maar als ook wij het gouden feest met zijn allen mogen beleven op 06-06-2000, dan wordt de stand ten opzichte van de familie Franssen plotseling 7-6 voor ons.

Want dan tel ik ‘m namelijk dubbel !

Groet,

Kees

PS: In 2003 overleed mijn moeder en in 2006 mijn vader. Zes Juni hebben wij gebombardeerd tot familiedag. Inclusief onze kinderen met aanhang, kleinkinderen en neven en nichten zijn wij dan met ongeveer een kleine 70 personen aanwezig op onze geboorteboerderij.

Al 12 jaar een fantastische dag, waar iedereen graag bij aansluit !!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.